Namibia is het land waar de meeste cheeta’s leven. Het grootste deel van het landoppervlak van Namibia is echter eigendom van commerciële veeboeren. Net als hyena’s, leeuwen en Afrikaanse wilde honden hebben ook cheeta’s als groot roofdier een slechte naam. Boeren zijn bang dat cheeta’s hun koeien, schapen of geiten opeten en schieten de cheeta’s daarom dood. Net zoals wij dat in Nederland 200 jaar geleden nog met wolven deden. Het gebeurt regelmatig dat een vrouwelijk cheeta gedood wordt, waarna haar jongen alleen achterblijven. Het Cheetah Conservation Fund vangt deze verweesde, hulpbehoevende jonge cheeta’s op. CCF pakt echter ook de bron van het probleem aan, waardoor zowel de boeren als de cheeta’s geholpen worden. Om vee van boeren te beschermen tegen aanvallen door roofdieren leidt het CCF namelijk speciale herdershonden (Kangals en Anatolische herders) op. Door deze honden van jongs af aan tussen schapen of geiten op te laten groeien gaan zij deze als hun soortgenoten zien en verdedigen het vee tegen gevaar. Het Gaia Nature Fund heeft in 2009 enkele herdershonden geadopteerd zodat zij na een goede training het vee konden beschermen.

Cheeta's en boeren
Namibia is een erg droog land en het is niet makkelijk om daar rond te komen als boer. Daarom geeft het Cheetah Conservation Fund speciale cursussen waarin boeren leren hoe ze hun bedrijf goed kunnen runnen. Door overbegrazing neemt de hoeveelheid kwalitatief gras bijvoorbeeld steeds verder af. Bovendien wordt steeds meer grasland overwoekerd door dicht, stekelig struikgewas. Hier kunnen schapen, koeien en geiten niet meer grazen. Maar ook voor cheeta’s zijn deze prikkelbosjes heel nadelig. Als ze op jacht zijn (cheeta’s hebben een topsnelheid van ruim 100 km/u), kunnen ze zich er levensgevaarlijk aan verwonden. Cheetah Conservation Fund vangt deze gewonde cheeta’s op. Waar mogelijk worden de cheeta’s na herstel weer opnieuw in de natuur geplaatst. Helaas zijn sommige cheeta’s echter zodanig gewond dat zij niet meer kunnen jagen en daarom in de natuur geen overlevingskans zouden hebben. Om de prikkelstruiken een halt toe te roepen
worden deze in grote hoeveelheden gekapt en de wortels uit de grond gehaald. Het hout wordt versnipperd en in een machine tot zogenaamde Bush Blocks geperst. Dankzij de Bush Blocks kan het vee weer grazen, kunnen cheeta’s weer veilig jagen en door de verkoop van de houtblokken komt er ook nog wat geld in het laatje van het CCF om andere beschermingsmaatregelen te treffen.
Het grote educatief centrum van het Cheetah Conservation Fund speelt ook een belangrijke rol om zowel toeristen, schoolkinderen als de lokale bevolking te laten zien welke belangrijke rol cheeta’s in de natuur hebben. Tot slot doet het CCF veel onderzoek naar de leefwijze, de genetische diversiteit en verwantschappen van de cheetapopulaties wereldwijd. Cheeta’s komen immers niet alleen in Afrika voor, maar ook in Iran en India!
Wist je dat…
Als je in GaiaParks DinoDome een medaille maakt in de KidsClub machine help je daarmee het CCF!