Eind maart was het eindelijk zover: door de aangename temperaturen konden allerlei diersoorten van GaiaPark na de koude en lange winter eindelijk weer naar buiten. De hele kudu familie snoof met volle teugen de lentelucht op en geniet weer van de ruimte op de savanne. Want met drie geboortes en de komst van een nieuw vrouwtje in de afgelopen maanden, werd het redelijk vol in de kudustal. Om de drie jonge kudu’s genoeg rust te geven op de savanne, verhuisden de zebra’s naar het grote neushoorngebied. Daar hebben ze alle ruimte om met elkaar te stoeien, zonder dat ze andere dieren daarmee storen. Klik hier om meer te lezen over de ontmoeting tussen de neushoorns en zebra’s.
Ook de helmparelhoenders hebben een interne verhuizing achter de rug. Half maart verhuisden ze vanwege werkzaamheden aan het bongoperk naar het separatieperk bij de savanne. Vanaf daar zullen ze over enige tijd door verhuizen naar het neushoornperk. Dit zal nog even duren totdat daar ook een goed nachtverblijf voor de parelhoenders gebouwd is.
Eind vorig jaar werden twee geelborst capucijnaap vrouwtjes uit de groep gehaald. Er was teveel onrust en met het oog op de winter – waarbij de dieren veel binnen zouden zitten – was het voor alle capucijnapen beter om ze even uit elkaar te halen. Eind maart werden deze twee vrouwtjes weer bij hun soortgenoten gelaten. Nu de apen weer het eiland op kunnen – en ook ’s nachts de mogelijkheid hebben om buiten te blijven, gaat het een stuk beter met de introductie. De gouden leeuwapen en het witgezicht oeistitie gezin dat afgelopen winter naast de geelborst capucijnapen woonden, moest met de terugkomst van de geelborstvrouwtjes echter verhuizen. De leeuwapen zijn nu in de doodshoofdapenvolière te zien. Het oeistitiegezin zit tijdelijk achter de schermen en wacht op een verhuizing naar een andere dierentuin.
Vanaf maart kwamen weer diverse diersoorten naar GaiaPark. Zo werd de leeggekomen ruimte die de rendierman achterliet opgevuld door twee rendier mannetjes uit Burgers’ Zoo (Arnhem). Het zijn beiden nog jonge mannen en eind dit jaar (na de bronst) zal één van de twee mannetjes naar Diergaarde Blijdorp (Rotterdam) vertrekken. Of een van de twee komende bronst al “dekrijp” is, moeten we afwachten.
Begin april arriveerden een groepje lepelbekreigers en gele fluiteenden in Kerkrade. Beide vogelsoorten konden na een korte wenperiode de Amazonia volière gaan verkennen. De guira koekoeken en kuif tinamoes die deze winter al aankwamen, zijn sinds Pasen in de zonparkietenvolière te zien. In de eerste week van april kreeg het eenzame gele mangoest vrouwtje gezelschap van een (gecastreerd) mannetje uit Frankrijk. Op 14 april kwam een nieuw gorillavrouwtje uit Apenheul aan: de 37e jarige Dalila. Voor een dergelijke introductie is veel tijd nodig en afhankelijk van de situatie zijn de gorilla's binnen in het gorillagebouw, of buiten op het eiland te zien. Op 23 april ten slotte arriveerde een zonneral en een nieuw klipdasgezin (vader, moeder, jong).
Eind maart en begin april verlieten diverse dieren ons park. Twee jonge Bochara herten verhuisden naar een Poolse dierentuin en twee capibarajongen vertrokken. Het dwergnijlpaard dat vorig jaar geboren werd ging naar een dierentuin in Frankrijk, evenals een jong penseelzwijn. De eerste muskusos die in 2007 in GaiaPark geboren werd, vetrok op 22 april naar Litouwen. Een dag later verliet de laatste roze lepelaar de Amazonia volière voor een nieuw verblijf in Burgers’ Zoo. Momenteel zijn er dus geen roze lepelaars meer in GaiaPark te zien.
Geboren en Verloren
Bij de kerkuilen hing de liefde dit jaar al vroeg in de lucht. Zij verstopten zich vanaf begin maart in hun nestkast, waar het vrouwtje met tussenpozen van steeds enkele dagen in totaal 7 eieren legde. Het eerset ei kwam begin april uit en de andere eieren volgden in de daarop volgende dagen. Jonge kerkuilen blijven na het uitkomen nog ruim twee maanden in de nestkast. Het blijft dus nog even spannend hoeveel jongen er aan het eind van het voorjaar in de volière te zien zullen zijn. De geitjes die op 6 en 7 april geboren werden, waren meteen dezelfde dag al te bewonderen op het Limburgse boerenerf. De kleine bongo die op tweede paasdag ter wereld kwam, was een week later in het buitenverblijf te zien.
Eind februari werden twee veelvraten geboren. Na twee dagen waren de sneeuwwitte jongen echter dood. De liefde tussen het kersverse ganzenkoppel van het Limburgse boerenerf en de chachalaca’s waren geen lang leven geboren. Hoewel het ganzenvrouwtje al binnen een paar dagen na de komst van haar nieuwe mannetje de eerste eieren legde, was het nog geen week later dood. Ook de chachalaca haan was enkele weken later dood. De achtergebleven ganzenvrouw hoefde maar een week op een nieuwe partner te wachten; de chachalacavrouwen zijn nog manloos. Het Oud Hollandse meeuwtje dat eind maart uit het ei kroop, groeide in eerste instantie heel goed en zijn ouders verzorgden hem voorbeeldig. Helaas was hij binnen tien dagen toch dood. De oorzaak van zijn dood is niet bekend.