Half december mocht GaiaPark twee nieuwe, Zuid Amerikaanse vogelsoorten aan de diercollectie toevoegen. Vanuit Parc Merveilleux (Luxemburg) arriveerde, naast een blauwkeel guan, een jong kuif tinamoe vrouwtje. Ze kreeg een paar dagen later gezelschap van een mannelijke soortgenoot uit Burgers’ Zoo. Met hetzelfde transport verhuisden drie guira koekoeken (één man, twee vrouwen) van Arnhem naar Kerkrade. Deze nieuwe vogels zullen voorlopig overigens niet te zien zijn, omdat ze vanwege de winter in het vogelhuis bivakkeren. Ook moeten ze de vaccinatie tegen vogelgriep nog krijgen.
Naast dit vogeltransport zijn er verder geen dieren vanuit GaiaPark vertrokken of naar Kerkrade afgereisd. Werken met een levende have, zoals je de dieren in een dierentuin ook wel noemt, betekent echter dat geen dag hetzelfde is als de andere. Er vonden de afgelopen weken dan ook diverse opmerkelijke (leuke of minder leuke en korte of langere) gebeurtenissen plaats. In de vorige nieuwsbrief vermeldden we reeds dat we begin november, na een lang proces van diarree en behandeling daartegen, een jonge muskusos verloren. De tweede jonge muskusos leek aanvankelijk goed op de medicatie te reageren, maar de afgelopen weken heeft ook hij weer behoorlijk last gekregen van diarree. Het blijft dus een gevecht om hem op de eerste plaats in leven te houden en hem ook weer langdurig gezond te krijgen. Hij krijgt daartoe een speciaal vezelrijk dieet.
Op een mooie zondag in december mochten de twee jonge kudu’s voor het eerst naar buiten. Samen met hun volwassen soortgenoten werden ze op de separatie van de savanne gelaten. Eén van de jongen was nogal onrustig en rende tegen de rotswand en het hek op. Zijn snuit raakte bij deze botsingen tot bloedens toe gewond. Als dierverzorger sta je dan voor en dilemma: ingrijpen door het gewonde dier af te zonderen, met als gevolg dat ook de andere kudu’s erg gestresst raken. Of kalm blijven en de dieren op een rustig moment weer naar de stal proberen te leiden. Er is voor dit laatste gekozen. Eenmaal op stal bleek de kudu wel gewoon te kunnen eten en drinken. De dierenarts heeft de snuit ook even bekeken (van een afstand, want anders is ingrijpen alsnog nodig) en constateerde dat er niks gebroken was en ook hechtingen waren niet nodig. Wie in december wel wat brak was één van de muskusossen. Er brak namelijk een stuk van de hoornlaag van haar hoorn af. Door het afbreken van de hoornlaag komt de benen kern van de hoorn bloot te liggen. Gelukkig kan daar weer gewoon een nieuwe laag hoorn overheen groeien en er hoefde dus geen breuk gespalkt te worden.

Tijdens de wintermaanden is er bij de Afrikaanse wilde honden regelmatig strijd binnen de groep. Vooral gedurende etenstijd (zo’n 4 keer per week) vliegen de heren elkaar nogal eens in de haren. Begin december sprongen ze tijdens zo’n stoeipartij tegen één van de smalle ramen van de shelter. Die bleek daar niet tegen bestand te zijn en barstte. Deze ramen zijn overigens van veiligheidsglas gemaakt; dat kan wel barsten maar breekt niet. De honden bleven dus veilig achter het gebarsten glas. Gelukkig liep de betreffende hond geen letsel op!
De winter bracht ook goed nieuws. Half november kregen de twee springbokken ruzie, waarbij een van de heren tot bloedens toe gewond raakte. Gelukkig herstelde hij na enkele dagen weer helemaal en inmiddels lopen de twee mannen (bij mooi weer) weer gebroederlijk samen op de savanne. Ook slingeraap Katchopine zorgde voor vrolijk nieuws. Begin dit jaar (rond Pinksteren) was ze op sterven na dood door een ernstige leveraandoening. Na een half jaar antibiotica slikken, werd eind november via een kijkoperatie en weefselonderzoek vastgesteld dat ze helemaal herstelt is van haar ziekte! De bevers zorgden de afgelopen weken voor grappig nieuws. Ze wisten via hun bouwkundig inzicht de beschermende constructie rond de bomen op hun eilandje te slopen. De bevers hadden het uiteraard op de bomen voorzien en kregen het voor elkaar om één boompje helemaal te vellen en een andere half doormidden te knagen. Enkele dierverzorgers maakten een einde aan de knaagpartij, doordat ze (het was al donker) weer een veilige bescherming rond de bomen gemaakt hebben.
In de laatste weken van het jaar ten slotte werkten de dierenverzorgers zich in het zweet om het ijs kapot te hakken, zodat de dieren die daar behoefte aan hebben nog konden zwemmen en drinken. Zo ziet u maar dat het werk van een dierverzorger heel veelzijdig is en dat ze naast het schoonmaken van de verblijven en het voeren van de dieren, ook altijd alert moeten zijn op zowel de gezondheid van de dieren en de beplanting als de veiligheid voor dier en bezoeker!
In de eerste helft van de winter zijn er twee dieren overleden. Het rendier mannetje liep al enige tijd kreupel en reageerde niet op medicatie en ontstekingsremmers. Onderzoek met het mobiele röntgenapparaat wees uit dat de onsteking in de poot dwars door het bot liep. De dierenarts heeft hem daarom uit zijn lijden verlost. Het andere dier dat dood ging was een jonge wolaap. Het wolaap vrouwtje beviel half december van haar derde jong, maar helaas was deze kleine al dood toen de dierverzorgers het ’s ochtends ontdekten.